Activiteiten

EXCURSIE NAAR SKÛTSJEMUSEUM ‘DE STRIPE’

Voor de excursie naar het skûtsjemuseum ‘De Stripe’ in Eernewoude, verzamelden op donderdag 8 oktober 2009 22 leden van de ‘Vriendenclub van c.v.v. O.N.S.’ zich op het parkeerterrein van de vereniging. Begeleid door een heerlijk schijnende zon vertrokken we om 13.30 uur via Grouw en Wartena naar de plaats aan de Oude Venen. Doordat we ruimschoots op tijd waren, hadden we tijd om het terrein te verkennen. We hoefden ons niet te vervelen. Werklieden waren bezig met het creëren van een nieuwe kade. Daar oude palen de nieuwe houten beschoeiing in de weg zaten, moesten deze eruit. Met behulp van een drijvende kraan en technisch inzicht van mensen op de wal zou deze opdracht snel worden geklaard. Dat viel tegen, maar mede door deskundige adviezen van de O.N.S - ers, werd deze klus tot een goed einde gebracht.

Intussen was gids Piet Herrema en zijn vrouw Anneke gearriveerd en zochten we een plekje in het gerieflijk ingerichte ontvangstzaaltje van het museum. Voordat we konden luisteren naar het skûtsjeverhaal, kregen we koffie met een stuk heerlijke oranjekoek. Een goed en smakelijk begin van de middag.


De heer Herrema ontpopte zich als een voortreffelijke verteller. De leerzame verhalen over de schippers werden afgewisseld met amusante anekdotes. Veel spreekwoorden en gezegden komen oorspronkelijk uit de scheepsbouw. Hard hout, te weten pokkenhout, is moeilijk te bewerken. Dat levert de uitdrukking ‘pokkenwerk’ op. Ook het spreekwoord ‘spijkers op laag water zoeken’, komt uit de houten scheepsbouw. Het gezegde ‘met de kloten voor het blok zitten’, betekent: ‘geen kant meer opkunnen’. De kloot is de leren verbinding tussen de schoot en het zeil, het blok is de katrol. M.a.w. als de kloot voor blok zit, kan het zeil niet meer aangetrokken worden en kun je dus geen kant meer op. Zo is het woord verhuizen afgeleid van het Friese woord ‘ferfarre’. Turf op het skûtsje werd opgetuigd door de ‘veenwijven’. Bij windstil weer liep de vrouw in de ‘val’. Dat de vrouw van de schipper dit deed, was het gevolg van het feit dat de schipper op het skûtsje moest blijven. Mocht zich onverwachts iets ergs voordoen en de schipper was niet aan boord, dan werd er door de verzekering niets uitbetaald.

Centraal in het verhaal was de geschiedenis van het houten skûtsje ‘Aebelina’. Dit skûtsje dat gebouwd was in 1861 en dienst deed als beurtschip tussen Grouw en Eernewoude, is door de vrienden van stichting ‘Het Houten Skûtsje’ opnieuw gemaakt. Met het maken van de replica van de ‘Aebelina’ is in het najaar van 2004 begonnen. De kiellegging werd gedaan door de toen 100 jarige Rintje Ritsma. De aanwezigen werden getrakteerd op een glaasje jenever. Water was er voor gedeputeerde Mulder als lid van ‘de blauwe knoop’. In augustus 2009 werd het skûtsje te water gelaten. De doop, met berenburg, werd verricht door gedeputeerde Jannewietske de Vries. Om zo dicht mogelijk bij het oude te blijven, vaart het skûtsje met bruin zeil. Verder is het skûtsje voorzien van een milieuvriendelijke elektromotor. Mede door particuliere giften, subsidies e.d. beschikte het museum over een kapitaal van € 500.000 om de replica te kunnen maken. Daar het huidige schiphuis van de ‘Aebelina’ niet voldoet aan de eisen des tijd, wordt een nieuw schiphuis gebouwd, compleet met botenlift. Kosten € 70.000, bijeengebracht door giften en subsidies.

Na het tweede bakje koffie werden we rondgeleid door het museum. Materiaal, waarmee vroeger de skûtsjes werden gebouwd, ligt tentoongesteld. In het museum ruik je de geur van teer, lijm en katoen. Je waant je in de 19e eeuw, de tijd dat de houten skûtsjes werden gebouwd. De huidige skûtsjes zijn van ijzer. Skûtsjes zijn nooit langer dan 20 meter, want als het langer is, is het geen skûtsje meer. Op de eerste verdieping ligt de bovenbouw van een skûtsje. Bij het betreden van de roef krijg je het spontaan benauwd, zo klein. Op de vliering is een overzicht van o.a. het skûtsje van Eernewoude. Verder veel foto’s van de jaarlijkse spannende strijd tussen de skûtsjes van de SKS. Het ‘skûtsjesilen’ is begonnen in Eernewoude. Ook is de geringe afmeting van een bedstee te zien.

Na de rondgang door het museum nemen we nog een kijkje bij het buiten gebeuren. Daar ligt het skûtsje ‘Aebelina’, combinatie van de namen Abe (van der Veen) en zijn vrouw Aebeltje uit Grouw. De ‘Aebelina’ heeft met wedstrijdzeilen veel prijzen gewonnen. Later werd het schip uitgesloten van deelname of werd er een handicap ingebouwd. Mocht de ‘Aebelina’ winnen, dan was het prijzengeld voor de eigenaar beduidend lager als wanneer een anders skûtsje de wedstrijd zou winnen.

Zittend aan de tafels, gemaakt van de zwaarden van een skûtsje, nemen we de middag nog even door. Om ongeveer 17.00 uur nemen we afscheid van het echtpaar Herrema en vertrekken richting Sneek. Het eerste uitje van dit seizoen was, getuige de vele positieve opmerkingen, zeer geslaagd.

Douwe Tiesma