Activiteiten
BEKENDE OUD-SNEKERS
Heel veel `johh’s´ waren er te horen op de bijeenkomst van de `Vriendenclub van c.v.v. O.N.S.´ op 5 november 2010 in het clubhuis. Op deze eerste gezellige middag van het nieuwe seizoen was het onderwerp: BEKENDE OUD-SNEKERS.Bij binnenkomst worden we door HIELKE BROUWER en zijn vrouw getrakteerd op koffie met koek. Na de eerste begroeting en hernieuwde kennismaking, opent SIPKE PLAT de middag en heet ieder van harte welkom, in het bijzonder CEES VEENSTRA en JOHAN DE VRIES.
Cees Veenstra, aannemer uit Loënga, heeft voor ons een heel scala van bekende personen, waarover hij op een met humor doorspekte causerie vertelt.
Voorafgaand aan zijn verhaal, kijken we naar beelden van oud - Sneek. De dvd is samengesteld door Johan de Vries uit Sneek. Al kijkend naar deze beelden, valt het op dat er in Sneek al heel veel is verdwenen, zoals de Zomerrakbuurt (1964), Nieuwe Selfhelp (1974), Steenklipstraten, Wouda’s meelfabriek, Openluchtbad, Boschstraten. Verder zien we o.a. de Martinikerk, beiaardier Lucie van Bergen, gymnastiekuitvoeringen in de open lucht en de kermis. Ook brengen we al kijkend een bezoek aan de jachthaven, die dit jaar het 100 jarig jubileum viert.
Cees Veenstra
Als beginnend bouwvakker bij aannemersbedrijf Doevendans op het Hoogend, werkt Cees Veenstra aan de nieuwe Flexafabriek aan de Oppenhuizerweg. Het is in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Het is een hete zomer en daardoor gaan de warme kleren al vlug uit. Als opperman werkt daar ook JELLE VAN DER WERF, een van de bekende ‘Van der Werfjes’. Iedereen is gekleed in een korte broek maar Jelle niet. “Ja, jim hewwe makkeluk prâten, mar ik hew gien korte broek.” Even later is Jelle weg en als hij terugkomt, heeft hij ook een korte broek aan. Met een beitel heeft hij in de schaftkeet de pijpen van de broek gesneden. De beentjes van Jelle hebben al een heel lange tijd geen zon gezien, dus na een tijdje worden deze vuurrood. Op opmerkingen van zijn collega’s zegt Jelle: “Jimme hewwe makkeluk prâten, mar ik hew gien lange broek.” Toch wordt het hem te heet om de kuiten en verdwijnt hij opnieuw in de keet. Deze keer heeft hij met draad de pijpen er aangenaaid en heeft hij weer een lange broek. De volgende dagen vertoont Jelle zich niet meer in een korte broek.
Ook DOUWE HOEKSTRA werkt met Veenstra aan de nieuwbouw van Flexa. Douwe is opperman en een heel harde werker, een wrotter. Helaas heeft hij één minpuntje: hij lust wel pap van bier. Op een morgen komt hij lopend op het werk omdat zijn fiets gestolen is. Jelle hoort dit ook en vertelt droogjes dat de fiets niet gestolen is, maar dat hij deze in een dronken bui heeft verkocht aan hem. Kijk maar achter de schaftkeet en inderdaad daar staat de fiets. Jelle geeft de fiets niet terug.
Douwe is ook een vaste bezoeker aan de kermis. Na een aantal biertjes trakteert hij zich op een haring. Als Douwe, de haring al hangend boven zijn mond, wordt begroet door een bekende en hij triomfantelijk met zijn arm terugzwaait, vliegt de haring door de lucht: weg haring.
Het is de tijd dat de vijfdaagse werkweek nog niet bestaat en op zaterdag wordt er tot één uur gewerkt. Even later zit Douwe al in het café van Epke Hoekstra. Douwe is een gezellige prater en daardoor vergeet hij vaak de tijd. Thuis zit zijn vrouw te wachten in de Frittemahovenstraat. Ze heeft soep gekookt, maar manlief komt niet thuis. “As ie niet naar de soep komt, dan komt die wel bij hem,” zegt zijn vrouw en aldus geschiedt. In de kroeg kiepert zij de soep over Douwe.
Een andere bekende Sneker is GEALE DIJKSTRA uit de Willem de Zwijgerstraat. Op zijn 40e jaar leert hij, aangemoedigd door zijn kinderen, het fietsen op een herenfiets. Tot nu toe komt hij steevast op een damesfiets naar het werk. Geale is nogal stijf en de voet over het zadel te krijgen, is een hele toer. Als dit uiteindelijk lukt, fietst Geale richting De Woudvaart. Deze vaart komt al snel dichterbij en Geale begint ‘m al aardig te knijpen. Hij ziet zich al in het water vallen, maar gelukkig staan er een boom en een paaltje. Geale ‘zet’ zijn voorwiel ertussen: de fiets blijft staan en Geale ligt op straat.
Geale is toch een aparte verschijning. Hij werkt ook aan de nieuwbouw van Flexa. Als de toeter aankondigt dat het schafttijd is, loopt hij snel richting keet. Op een keer struikelt hij en kermt luid. Een arts wordt geroepen en deze vindt het nodig dat Geale naar het ziekenhuis wordt vervoerd met een ambulance. Als deze komt, staat Geale op en rent snel weg. De volgende dag komt hij op het werk en op zijn scheenbeen zit een heel klein blauw plekje.
De winter van 1947 is streng. In o.a. de Willem de Zwijgerstraat hebben de huizen nog een `ton´. Om deze te bezoeken, moet je buiten de woning zijn en in de winter is dat vaak geen pretje. Modern toiletpapier heeft men in deze tijd niet. De bips wordt afgeveegd met b.v. een keurig in stukjes geknipt Sneeker Nieuwsblad.
Het is voorjaar 1950 als Cees Veenstra met zijn moeder nieuwe klompen koopt bij GRONINGER op de Singel. Er zijn twee soorten klompen: iepen en wilg. De eerste is goedkoper en kost drie gulden. Cees wil zwarte klompen. Hij wil niet gele, immers die dragen de boeren. Op de zwarte klompen van Cees zitten geen goudkleurige streepjes en dus zet Groninger er deze gratis op. Met zijn nieuwe klompen gaat hij polsstokspringen en dan treft het noodlot hem. Hij belandt midden in een sloot en een klomp blijft steken in de modder. Cees durft zonder klomp niet thuis te komen en dus zoekt hij in de blubber naar de klomp. Maar de klomp is niet meer te vinden. Thuis gekomen, krijgt hij opdracht om bij de buren te vragen of ze nog een rechter klomp hebben. Dat lukt maar die is wel te groot.
Douwe is ook een vaste bezoeker aan de kermis. Na een aantal biertjes trakteert hij zich op een haring. Als Douwe, de haring al hangend boven zijn mond, wordt begroet door een bekende en hij triomfantelijk met zijn arm terugzwaait, vliegt de haring door de lucht: weg haring.
Het is de tijd dat de vijfdaagse werkweek nog niet bestaat en op zaterdag wordt er tot één uur gewerkt. Even later zit Douwe al in het café van Epke Hoekstra. Douwe is een gezellige prater en daardoor vergeet hij vaak de tijd. Thuis zit zijn vrouw te wachten in de Frittemahovenstraat. Ze heeft soep gekookt, maar manlief komt niet thuis. “As ie niet naar de soep komt, dan komt die wel bij hem,” zegt zijn vrouw en aldus geschiedt. In de kroeg kiepert zij de soep over Douwe.
Een andere bekende Sneker is GEALE DIJKSTRA uit de Willem de Zwijgerstraat. Op zijn 40e jaar leert hij, aangemoedigd door zijn kinderen, het fietsen op een herenfiets. Tot nu toe komt hij steevast op een damesfiets naar het werk. Geale is nogal stijf en de voet over het zadel te krijgen, is een hele toer. Als dit uiteindelijk lukt, fietst Geale richting De Woudvaart. Deze vaart komt al snel dichterbij en Geale begint ‘m al aardig te knijpen. Hij ziet zich al in het water vallen, maar gelukkig staan er een boom en een paaltje. Geale ‘zet’ zijn voorwiel ertussen: de fiets blijft staan en Geale ligt op straat.
Geale is toch een aparte verschijning. Hij werkt ook aan de nieuwbouw van Flexa. Als de toeter aankondigt dat het schafttijd is, loopt hij snel richting keet. Op een keer struikelt hij en kermt luid. Een arts wordt geroepen en deze vindt het nodig dat Geale naar het ziekenhuis wordt vervoerd met een ambulance. Als deze komt, staat Geale op en rent snel weg. De volgende dag komt hij op het werk en op zijn scheenbeen zit een heel klein blauw plekje.
De winter van 1947 is streng. In o.a. de Willem de Zwijgerstraat hebben de huizen nog een `ton´. Om deze te bezoeken, moet je buiten de woning zijn en in de winter is dat vaak geen pretje. Modern toiletpapier heeft men in deze tijd niet. De bips wordt afgeveegd met b.v. een keurig in stukjes geknipt Sneeker Nieuwsblad.
Het is voorjaar 1950 als Cees Veenstra met zijn moeder nieuwe klompen koopt bij GRONINGER op de Singel. Er zijn twee soorten klompen: iepen en wilg. De eerste is goedkoper en kost drie gulden. Cees wil zwarte klompen. Hij wil niet gele, immers die dragen de boeren. Op de zwarte klompen van Cees zitten geen goudkleurige streepjes en dus zet Groninger er deze gratis op. Met zijn nieuwe klompen gaat hij polsstokspringen en dan treft het noodlot hem. Hij belandt midden in een sloot en een klomp blijft steken in de modder. Cees durft zonder klomp niet thuis te komen en dus zoekt hij in de blubber naar de klomp. Maar de klomp is niet meer te vinden. Thuis gekomen, krijgt hij opdracht om bij de buren te vragen of ze nog een rechter klomp hebben. Dat lukt maar die is wel te groot.
Veel bekende oud-Snekers passeren de revue, zoals DIJKSTRA, de blinde koopman. Dijkstra woont in de Steenklipstraat en is in gezelschap van zijn hond Hector. Het is een klein mannetje en altijd gekleed in een manchester pak en aan zijn arm een tas. Als hij op een dag in de Johan Willem Frisostraat loopt, ziet Cees Veenstra hem richting een boom lopen. Om erger te voorkomen roept deze: “Een boom”, waarop Dijkstra antwoordt: “Dat zie ik zelf ook wel.”
De markt op het Grootzand is altijd gezellig, vooral rond de kersttijd. Op de markt worden kammen verkocht, die volgens de koopman onbreekbaar zijn. Om dit duidelijk te maken, buigt hij een kam. Als deze knapt, zegt hij: “Zo zien ze er van binnen uit.”
Heel mooie en goede bloemen worden verkocht op de markt door de gebroeders BRANDSMA. Deze hebben een winkel in de Nauwe Noorderhorne.
Ook staat BERTUS POIESZ regelmatig ´s zaterdagmiddags op de markt, zoals die keer met kerstbomen. Volgens zeggen heeft hij nog maar zeven bomen, dus die moeten voor het einde van de markt worden verkocht. In werkelijkheid heeft hij in de opslag nog veel meer bomen. Zo rond Sinterklaas heeft Bertus Poiesz in zijn schuur in de Lange Pijpsteeg verschillende activiteiten, zoals sjoelen, schiettent, draaiend rad enz. De winnaar ontvangt een taart. ´s Zomers verkoopt hij op en rond het starteiland bier en warme worst. Bekend is Bertus Poiesz vooral als schoorsteenveger. Zijn motto luidt: “Niet lullen, maar poetsen.”
Na het horen en zien over en van de gebouwen en oud-snekers komen bij velen de herinneringen weer naar boven. De oude tijd doet zich herleven. Sipke Plat bedankt Cees Veenstra en Johan de Vries voor hun inbreng op deze middag en hij overhandigt hen een fles wijn. Hielke Brouwer en zijn vrouw worden bedankt voor de bediening en krijgen als dank ook een fles wijn. De middag wordt besloten met een hapje en een drankje.
Douwe Tiesma
De markt op het Grootzand is altijd gezellig, vooral rond de kersttijd. Op de markt worden kammen verkocht, die volgens de koopman onbreekbaar zijn. Om dit duidelijk te maken, buigt hij een kam. Als deze knapt, zegt hij: “Zo zien ze er van binnen uit.”
Heel mooie en goede bloemen worden verkocht op de markt door de gebroeders BRANDSMA. Deze hebben een winkel in de Nauwe Noorderhorne.
Ook staat BERTUS POIESZ regelmatig ´s zaterdagmiddags op de markt, zoals die keer met kerstbomen. Volgens zeggen heeft hij nog maar zeven bomen, dus die moeten voor het einde van de markt worden verkocht. In werkelijkheid heeft hij in de opslag nog veel meer bomen. Zo rond Sinterklaas heeft Bertus Poiesz in zijn schuur in de Lange Pijpsteeg verschillende activiteiten, zoals sjoelen, schiettent, draaiend rad enz. De winnaar ontvangt een taart. ´s Zomers verkoopt hij op en rond het starteiland bier en warme worst. Bekend is Bertus Poiesz vooral als schoorsteenveger. Zijn motto luidt: “Niet lullen, maar poetsen.”
Na het horen en zien over en van de gebouwen en oud-snekers komen bij velen de herinneringen weer naar boven. De oude tijd doet zich herleven. Sipke Plat bedankt Cees Veenstra en Johan de Vries voor hun inbreng op deze middag en hij overhandigt hen een fles wijn. Hielke Brouwer en zijn vrouw worden bedankt voor de bediening en krijgen als dank ook een fles wijn. De middag wordt besloten met een hapje en een drankje.
Douwe Tiesma
Sipke Plat bedankt Cees Veenstra
Klaas en Ida de Jong
Foto's van oud-Sneek
Foto's van oud-Sneek
Joes van Delden, Wietze Faber en Sjoerd Jaasma


