‘Vriendenclub’: ‘IJlst – Bloeiende stad in de Gouden Eeuw’

‘VRIENDENCLUB ONS SNEEK’: ‘IJLST – BLOEIENDE STAD IN DE GOUDEN EEUW’

Als de datum 5 december nadert, verzamelen veel Sneker kinderen, samen met hun ouders en/of grootouders, zich bij de Waterpoort. Al kijkende over het water van de Geeuw richting IJlst, wachtend op het moment dat de ‘Stoomboot Spanje’, alias ‘Johanna Jacoba’ nadert. Eenmaal de boot op de Geeuw in het vizier, wordt aan het dek ontwaard Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten. Deze GEEUW, een belangrijke verkeersader, die SNEEK verbindt met IJLST, is de stad die op 8 november 2019 werd bezocht door leden van de ‘Vriendenclub ONS SNEEK’. In IJlst, dat in 2018 750 jaar stadsrechten vierde, bevindt zich het museum ‘Houtstad IJlst’ en de houtzaagmolen ‘De Rat’, twee monumenten die werden bezocht.

 Tekst en foto’s: Douwe Tiesma

Nadat we ons allen verzameld hebben op het parkeerterrein aan de Alexanderstraat reizen we onder het genot van een heerlijk schijnende zon, naar IJlst. Hier worden we hartelijk welkom geheten door gastheer Piet Hoogeveen, voorzitter van ‘Stichting Museum en Werkplaats Houtstad IJlst’. Het grootste deel van het museum is ingeruimd voor de geschiedenis van Koninklijke Fabrieken J. Nooitgedacht & Zn, fabrikant van schaatsen, gereedschap en speelgoed. Deze fabriek had zijn top tijd in de dertiger jaren van de vorige eeuw. Dolend door het museum, worden veel voorwerpen herkend: de houten schaatsen, het houten paard en wagen als speelgoed en bijvoorbeeld heel veel houten schaven.

Vriendenclub2

Voordat we ons konden ‘vernuverje’ aan het tentoongestelde, werden we door de heer Hoogeveen, vader van de bekende marathonschaatser Jouke Hoogeveen, bijgepraat over de geschiedenis van IJlst, aan de hand van een prachtige maquette van de stad van 1664, gemaakt door de IJlster Piet Bonnema. Wat direct opvalt aan het centrum van IJlst zijn de tuinen, ook wel bleken genoemd, tot aan het water. Deze overtuinen waren eerst in het bezit van de bewoners en omdat de meesten er niet mooi uitzagen, zijn ze nu in eigendom van de gemeente. Door het bedrag van € 1,00, te betalen aan de gemeente, zijn de bewoners nu wel verantwoordelijk voor de verzorging van de tuinen. In de beginjaren van IJlst hadden de meeste huizen aan het water in het centrum een trapgevel. Anno 2019 is er nog één woning met een trapgevel. De huidige ‘Mauritiuskerk’ aan de Eegracht is in 1830 gebouwd, als vervanging van de in verval geraakte ‘Sint Mauritiuskerk’, behorende bij het ‘Sint Mariaklooster’ der Karmelieten. In de eerste maanden van 2019 ontstond er enige ophef in IJlst betreffende het bejaardencentrum ‘Ny Ylostins’ omdat de ‘Woningcorporatie Elkien’ het pand wil slopen. Het complex is vernoemd naar de in de 11e eeuw gebouwde ‘Ylostins’, een stins waarvan nu niets meer te vinden is. Ook geldt het vermoeden dat de naam IJlst afkomstig is van ‘Ylostins’.

Door de unieke ligging van IJlst aan de vele waterwegen was de stad hierdoor goed bereikbaar en dat resulteerde in een bloeiende stad in de Gouden Eeuw.

Vriendenclub1 Vriendenclub3

Het museum ‘Houtstad IJlst’ is ontworpen door architect Harko Meijer. Het gebouw bestaat uit negen kubussen. Het hout dat gebruikt is voor de bouw van het museum, is ingevoerd uit Duitsland en uit Rusland duurzaam Siberisch Larikshout. Museum ‘Houtstad IJlst’ is gasvrij; het wordt verwarmd door een warmtepomp. Architect Harko Meijer is ook mede ontwerper van de verkeersbruggen ‘Krúsrak’ (2008) en ‘Dúvelsrak’ (2010) over de zuidelijke rondweg van Sneek.

Na het bekijken en het verhaal rond de plattegrond van IJlst, ging elk haar/zijns weegs om het verdere tentoongestelde te bekijken. Zoals al eerder is geschreven, heeft een groot gedeelte van het museum betrekking op de geschiedenis van de fabriek van Nooitgedacht. Veel informatie aangaande de werkzaamheden van deze fabriek is te lezen op borden, verrijkt met foto’s van het begin en de sluiting van de fabriek. Aan een wand zijn schaven van verschillende afmetingen tentoongesteld. Daar in het museum workshops worden gehouden, bevindt zich hierin eveneens een werkplaats. Een opvallende verschijning is het grote houten paard. Werd het bewerken van hout in het begin nog handmatig gedaan, in de loop van de tijd werd het zagen aangedreven door stoommachines. Een paar van deze machines staan opgesteld in de kelder van het museum. Ook bevinden zich in het museum miniaturen van de fonteinen die men kan vinden in de elf steden van Friesland. IJlst heeft een heel mooie en kleurige fontein. Ter promotie van de stad is een film gemaakt van alle facetten van de voorzieningen in IJlst. De film is te zien in de filmzaal op de bovenverdieping van het museum. Mocht men van IJlst als ONS-er alleen de voetbalvelden weten te vinden, dan is deze film voor velen een eyeopener.

Vriendenclub4 Vriendenclub5

Als alles goed en wel is bekeken in het museum, nemen we na een uur afscheid de heer Hoogeveen, na een heel plezierig en leerzaam verblijf en ‘verplaatsen’ we ons naar de houtzaagmolen ‘De Rat’. De molen, heel vaak vanuit de verte gezien, blijkt van dichtbij heel groot in omvangen en het is een prachtig gezicht de molen te zien als deze volop wordt beschenen door de zon.

Als we allemaal in de afdeling ‘zagerij’ van de molen zijn, worden we hartelijk welkom geheten door de heer Simon Piet Jellema, sinds 1990 molenaar en beheerder van ‘De Rat’. De heer Jellema begint zijn verhaal direct met een raadsel waarop wij allen het antwoord schuldig blijven. ‘Er is een baby geboren en de vader is…..?’ Het geheim van deze cryptische omschrijving heeft zijn oorsprong in de relatie tussen Sipke Plat en Simon Piet Jellema. Gedurende de jaren 1970 – 1977 was Simon Piet leerling van de toenmalige Chr. Detailhandelsvakschool aan de IJlsterkade (het oude gebouw van de Pier de Boerstichting) in Sneek en ontving les van leraar Plat. De directeur van de school had de aankondiging van de geboorte op het bord geschreven, uiteraard met de naam van vader Plat.

De molen ‘De Rat’ heeft een heel lange geschiedenis. De heer Jellema vertelt dat de molen in 1711 is gebouwd en als balkenzager dienst deed in de Zaanstreek. Door onderzoek van jaarringen heeft men kunnen vaststellen dat de molen rond dit jaartal moet zijn gebouwd. Het vele zaaghout werd al vanaf 1710 verscheept vanuit het Thüringer Woud naar de molen.

Vriendenclub7 Vriendenclub8

Daar door de bezetting gedurende de Franse tijd de houtindustrie in de Zaanstreek in een crisis deed belanden, werden daar vele molens verwijderd of verkocht. De molen ‘De Walrot’, afgekort tot ‘Rot’ kwam naar Friesland en kreeg een plaats langs de waterkant van de Geeuw. Het was de heer Ringnalda, burgemeester van IJlst die de molen rond 1829 kocht. De aankoop was grotendeels uit eigen belang, daar de heer Ringnalda handelde in hout en op deze manier de molen voor een billijke prijs kon overnemen. Verblijvend in de molen is het moeilijk te geloven dat de molen als een bouwpakket uit- en in elkaar is gezet. Na het tijdperk Ringnalda, tot 1857, werd de molen verkocht aan Houthandel Oppedijk, die de molen heeft gerund tot 1917. Een tijdlang, vanaf 1918, tot 1967, heeft de molen geen kap en wieken gehad en werden de zaagramen aangedreven door een elektromotor. Door de aankoop van de molen voor 3000 gulden door de gemeente IJlst heeft deze kunnen voorkomen dat de molen zou worden gesloopt en er vestigde zich een zeilschool en een pottenbakker in. Ter gelegenheid van het feest ter viering van 700 jaar stadsrechten, werd de molen gerestaureerd en kreeg weer een kap en wieken en is weer een windmolen. Na nog een restauratie is de achtkante stellingmolen op 27 mei 1978 weer actief als houtzaagmolen. Voordat de boomstammen tot planken worden gezaagd, heeft de stam twee jaar in het water gelegen. Hierdoor worden suikers uit het hout verwijderd. Daarom staat een houtzaagmolen zoals ‘De Rat’, altijd aan het water. De droogtijd van de stammen is één jaar. De zaagramen, altijd drie stuks om geen doodpunt te krijgen, komen via het systeem van een krukas in een verticale beweging en per uur wordt een afstand van 2,5 meter afgelegd. De stammen worden met behulp van een zaagslee uit het balkengat op het droge getrokken. ‘De Rat’ kan boomstammen met een dikte van 110 centimeter en een lengte van 14 meter zagen.

Vriendenclub6

 

Na deze informatie klimmen we via smalle hanetrappen naar de nok van molen. Hier zien we de grote, dikke balken en de mechaniek van de krukassen. Ook nemen we een kijkje vanaf de omloop van de molen en hebben hierdoor een prachtig uitzicht op IJlst, de Geeuw en Sneek. Ook zien we fietsers die gebruik maken van het fietspad langs de Geeuw. De molen was door de heer Jellema gereed gemaakt om te zagen. Jammer dat er weinig tot geen wind was, zodat de wieken van de molen niet in beweging werden gebracht.

Als we allen weer veilig de smalle trappen achterwaarts zijn afgedaald en we op de begane vloer staan, nemen we afscheid van de heer Jellema en van ‘De Rat’. Van dichtbij hebben we de werking en de inrichting aanschouwd van de molen. Een pronkstuk, die ooit het monument van het jaar was. De molen is gedurende de zomermaanden toegankelijk voor belangstellenden, in 2018 waren dat er 9500.

Als afsluiting gingen we voor de nazit naar de manege van de familie Jellema in Scharnegoutum. Onder het genot van een hapje en een drankje was het heel plezierig nagenieten van deze prachtige, leerzame middag!