Jeugdopleiding ONS Sneek

In het vakblad voor de moderne voetbaltrainer ‘Trainers Magazine’ van augustus 2021 staat een uitgebreid artikel over de jeugdopleiding van ONS Sneek. Redacteur Twan Epe kwam kijken hoe er op het Zuidersportpark gewerkt wordt met de interessante jeugdopleiding van ONS. Hieronder een korte samenvatting van het artikel.

Optimale leeromgeving creëren Een voetbalbolwerk in het Noorden dat veel weg heeft van een onderwijsinstelling. Zo is de jeugdopleiding van ONS Sneek goed te omschrijven. Voetballers kunnen zich binnen deze opleiding niet alleen ontwikkelen als voetballer op technisch en tactisch vlak, maar ook de ontplooiing als mens is een belangrijk onderdeel van een gedegen opleidingsvisie. 

De missie van ONS Sneek is dan ook om een zo optimaal mogelijke omgeving te creëren waarin spelers sportief en persoonlijk het maximale uit zichzelf kunnen halen. Om deze missie te realiseren, heeft de club een opleidingsvisie uitgewerkt op drie aspecten: leeromgeving, houding/attitude en speelwijze. Binnen deze visie krijgen zelfregulatie, groeimindset en het motorisch leren een belangrijke plek. Zo worden spelers in de onderbouw al gestimuleerd in het reguleren van hun eigen leerproces, door te leren reflecteren, plannen, en doelen stellen met een keuzebord.

Vanaf 2020 heeft de jeugdopleiding van ONS Sneek, als enige amateurclub in Fryslân, de KNVB kwalificatie: regionaal gecertificeerd. Douwe Jan van der Wal is hoofd voetbalzaken van ONS Sneek. “In de praktijk betekent dit dat wij werken met maandelijkse themabijeenkomsten voor trainers (theorie en praktijk gecombineerd), individuele coachgesprekken, leidersbijeenkomsten, ouderavonden en workshops voor spelers, kick-off bijeenkomsten voor iedereen aan het begin van het seizoen, ontwikkelgesprekken met alle spelers.”

Drie aspecten en pijlers

1. Een goede leeromgeving is essentieel om talentontwikkeling bij spelers te stimuleren. De visie op de leeromgeving heeft vier pijlers: motorisch leren, zelfregulatie, doelgroep centraal en persoonsvorming. Deze pijlers komen terug in het dagelijkse werk van de jeugdtrainers. Motorisch leren gaat vooral over impliciet leren. Door te doen worden spelers vragenderwijs aan het denken gezet en krijgen de ruimte om zelf te ontdekken en te ervaren. Zelfregulatie is het vermogen van spelers om hun eigen leerproces te sturen. Om het eigen leerproces te kunnen sturen, moeten spelers vaardig worden in het reflecteren, doelen stellen, plannen, monitoren en evalueren. “Bij ONS wordt hier veel aandacht aan besteed, omdat spelers die hun eigen leerproces kunnen reguleren, zich doelgerichter en effectiever ontwikkelen als voetballer”, aldus hoofd voetbalzaken Van der Wal. In de onderbouwselecties gaan de spelers zelf aan de slag (keuzebord) met een vaardigheid waar ze beter in willen worden: dribbelen en kappen, passeren, scoren, passen en aannemen en de bal veroveren. Vanaf O13 komt er een andere invulling. Iedere maandag staat de training in het teken van de eigen ontwikkeling. 

Van der Wal: “De spelers gaan met hun eigen leerdoelen aan de slag en er worden meerdere oefeningen uitgezet. Er zijn dan ook extra trainers aanwezig, zoals loop- en coördinatietrainers en een fysieke trainer. Per leeftijd varieert de invulling, daarin hebben de trainers ook vrijheid.”

*Doelgroep centraal. Bij ONS Sneek wordt gewerkt met het Long Term Athletic Development model (LTAD-model) om te bepalen in welke fase spelers vatbaar zijn voor andere vaardigheden. Tot en met twaalfjarige leeftijd worden spelers gestimuleerd om zich motorisch zo breed mogelijk te ontwikkelen, waarbij alle grondvormen van bewegen aan bod komen. Er wordt ingespeeld op de leeftijdsspecifieke kenmerken. Door de doelgroep centraal te stellen, kan een leeromgeving gecreëerd worden die aansluit op de behoefte van iedere leeftijdsgroep. De visie op de speelwijze is ook aan dit model gekoppeld. Ook is het een leidraad om de periodisering vorm te geven voor de oudere jeugdspelers. *Persoonsvorming. “Deze pijler heeft veel te maken met wat er in de missie van de club staat: naast dat we spelers voetbaltechnisch beter willen maken, willen we ook dat de spelers zich als persoon ontwikkelen. Zelfregulatie staat centraal, maar ook het ontwikkelen van de groeimindset. We organiseren op dit vlak workshops voor de spelers” , legt Van der Wal uit. “De sportcontext is bij uitstek geschikt om kinderen belangrijke vaardigheden aan te leren waar zij later profijt kunnen hebben.”

2. Visie op attitude/houding. Onder deze visie vallen twee belangrijke aspecten: groeimindset stimuleren en motivatie van spelers prikkelen. Je kunt bijvoorbeeld in plaats van feedback ook feedforward geven. Dus niet vragen: “Wat gaat er fout?” , maar: “Wat zou je de volgende keer beter kunnen doen?” Door op die manier te coachen, impliceer je al: als je daarop gaat oefenen, zou je dit de volgende keer anders kunnen doen. 


3. Visie op speelwijze. Er zijn verschillende perspectieven van waaruit naar de speelwijze-ontwikkelingen gekeken kan worden. Er kan gekeken worden naar vaardigheden, handelingen, spelprincipes, spelsituaties en strategie. Het eerder genoemde LTAD-model biedt daarvoor veel aanknopingspunten. Op basis van het LTAD-model kan worden bepaald in welke leeftijdscategorie spelers het meest vatbaar zijn om één of meerdere aspecten aan te leren. 

Bij ONS Sneek is zo een doorlopende leerlijn opgezet die past bij de leeftijdsfasen van de spelers. Zo komen de visies op leeromgeving, attitude/houding en speelwijze samen en is de vertaling van het beleidsplan naar het veld bepalend in de ontwikkeling van jeugdige spelers.


Koos Wieling