‘VRIENDENCLUB ONS SNEEK’

….. en we gaan nog niet naar huis, nog lange niet …….

‘Wanneer was de laatste keer…. ‘, vraagt menig lid van ‘Vriendenclub ONS SNEEK’ zich af als men de autobus ziet staan op het parkeerterrein bij de ingang van het voetbalveld. Een vraag waarop de meesten van de 35 aanwezigen het antwoord schuldig moet blijven. In volle verwondering wordt de groene autobus, een Leyland uit 1958, aan een inspectie onderworpen.

Tekst: Douwe Tiesma                                                                                                                                                                   Foto’s: Annie en Doede de Jong, Douwe Tiesma

Deze bus zal ons brengen en halen naar het ‘Nationaal Openbaar Vervoermuseum’ (NOV) in Ouwsterhaule, opgericht in 2003.  Als ieder een zitplaats heeft gevonden, valt het op dat de banken niet erg breed zijn en dat de bus ook een hoge instap heeft. Maar met gezamenlijke inspanning wordt die hindernis probleemloos genomen. Als allen ook voorzien zijn van een mondkapje, start de heer Wobbe Reitsma, onze chauffeur, de motor. Bekwaam manoeuvrerend tussen de vele geparkeerde auto’s in de straat, verlaten we Sneek en rijden via o.a. de Lorentzstraat richting Joure. Hier verlaten we de Seewei en slaan af naar de Haulstersingel om na goed 25 minuten aan te komen bij het museum in Ouwsterhaule. Dat de techniek betreffende de constructie van de autobus in de loop van de jaren sterk is verbeterd, b.v. de luchtvering, ontbreekt die in deze bus. Dat ondervindt ook Ab Brouwer, zittend op de achterbank, als hij bij menig heuveltje en kuitje in de weg flink heen en weer wordt geschud.

       

Nog nagenietend van de rit worden we in het museum hartelijk ontvangen door Janny Oudhuis, voormalig buschauffeur en nu gastvrouw van het museum. Na een vriendelijk welkomstwoord maakt zij het programma voor deze middag bekend. Onder het genot van koffie of thee en oranjekoek worden al menige verhalen verteld van ervaringen met het reizen met de bus. Als ook het tweede kopje koffie/thee is genuttigd, verdeelt Janny de groep in tweeën. Het zijn de al eerdergenoemde Wobbe Reitsma en Pier Snieder die ons zullen rondleiden door het museum. De heer Reitsma, een enthousiast BMW – motorfanaat, is een groot liefhebber van de geschiedenis van de vrachtauto. Om een ander ook getuige te laten zijn van het wel en wee van de vrachtauto, heeft hij hierover een viertal boeken geschreven: Twee boeken over de ‘Foden Export Vehicles’ en ‘Foden Special Vehicles’ een Brits vrachtwagenmerk sinds 1887. Ook een boek over ‘Terberg’ uit Benschop, sinds 1869 fabrikant van speciale voertuigen en het pas verschenen boek over het automerk ‘Hogra’ (HOek/GRAvelaar, 1954 – 1959), een stoere vrachtwagen uit Ravenstein.

De heer Snieder is sinds 2016 verbonden aan het NOV, in aanvang belast met o.a. het onderhoud van de collectie en het opzetten van (tijdelijke) exposities en hanteert vanaf juni 2020 de voorzittershamer. Gelet op de lange staat van dienst bij het museum weten we ons verzekert van optimale informatie betreffende de geschiedenis van het openbaar vervoer.

Grofweg bestaat het museum uit twee verschillende onderkomens.  In het ene vindt men alles over de geschiedenis van het openbaar vervoer, zoals busondernemingen, kleding personeel op de bussen en veel illustraties en teksten. In het andere gedeelte van het museum zijn de remises met daarin geparkeerd de bussen en uitgestald wat hiermee samenhangt. In de eerste remise zien we een gele Frambus, een 10 meter lange streekbus uit 1971. Naast deze bus staat een Volvo bus uit de Zaanstreek die de verbinding Zaanstad – Amsterdam verzorgde. Ook kon deze bus 25 fietsen meenemen in een aanhangwagen. Opmerkelijk voor deze bus was dat de vloer resoneert. De bussen worden gewassen in de wasstraat van Arriva.

Het museum is in het bezit van een nogal moderne bus uit 2003. Deze bus, uit Amsterdam, rijdt op waterstof dat omgezet wordt in elektriciteit. Op het dak bevinden zich 9 tanks met een gezamenlijke inhoud van 450 liter water, goed voor een afstand van 250 km.

Verder heeft het museum in een tweede remise een Greyhoud (ZB-96-61) van de busonderneming Maarse & Kroon uit Aalsmeer, die van 1923 tot 1973 het streekvervoer verzorgde in delen van de provincies Noord- Holland, Zuid-Holland en Utrecht.

.

Broederlijk naast deze bus staat een moderne 14-jarige VDL (Van der Leegte) bus. (17-BBL-9) Deze bus deed dienst als test bus voor het personeel. En ook nog een stadsbus uit Helmond. Opvallend aan deze 30 jaar oude bus met een lengte van 12 meter zijn de grote deuren.

Tussen al deze bussen staat een kleine gele Frambus. Het is de servicewagen van het museum. Verscholen in een hoek van de remise, afgeschermd door de bussen viel het oog van Foeke Zijlstra op een prachtige luxe auto, een Mustang. Als zoon van een vroegere garagehouder deed het zien van deze auto het hart van Foeke sneller kloppen. In de remise bevindt zich ook een motorblok van een bus, een voorbeeld elektrische auto zonder carrosserie en verschillende onderdelen van en voor een autobus, zoals accu’s, banden e.d. Ook een informatiebord geschonken door Veolia busonderneming, onderdeel van het Franse Veolia Transport. Vanaf december 2016 werden de Veolia Transporten in Nederland beëindigd.

Om een nog betere indruk te krijgen van de geschiedenis van het openbaar vervoer vanaf de vorige eeuw, heeft het museum heel veel documentatie. Bij het zien van dit alles begeven we ons weer in de tijd dat het openbaar vervoer volop is vertegenwoordigd in onze provincie. In de provincie Friesland opereerden verscheidende busondernemingen, die het personenvervoer verzorgden:

NTM: Nederlandse Tramweg Maatschappij, als streekbus actief gebleven tot april 1971. Daarna opgegaan in FRAM, gevestigd in Heerenveen.                                                                                                                                         FRAM: april 1971 ontstaan uit een fusie van vier busbedrijven, te weten NTM, NOF, LABO en LAB.                       NOF:  Noord Oost Friesche Autobusonderneming te Dokkum                                                                                                                LABO: Leeuwarder Auto Bus Onderneming te Leeuwarden                                                                                               LAB: Leeuwarder Auto Bedrijf te Leeuwarden                                                                                                                  ZWH: In het zuidwesterlijk deel van Friesland verzorgde busonderneming ZWH (Zuidwesthoek) te Balk het personenvervoer tot 1974

Verder waren er in het noorden nog enkele busondernemingen:

DVM: Drentse Vervoer Maatschappijte Meppel tot januari 1992                                                                                  GADO: Groninger Autobusdienst Onderneming te Hoogezand tot 1998
ESA: Elema-Stollenga’s Auto(bus)diensten (ESA) te Marum tot 1979

Sinds 1998 wordt het openbaar vervoer in Friesland verzorgd door Arriva. Het hoofdkantoor is gevestigd in Heerenveen.

In de vitrines en aan de wand foto’s van b.v. een bus met achterop een gasgenerator, een paardentram en een afbeelding van ‘It Dockumer Lokaeltsje’ een spoortraject met een lengte van 46,6 km van 22 april 1901 tot 1 december 1940. De eerste bussen waren ook voorzien van een fietsenrek op het dak. Via een trap aan de achterkant van de bus klom de chauffeur op het dak, kreeg de fiets aangereikt en legde deze op het dak. Dit gebeuren kan Joes van Delden zich heel goed herinneren. Als jonge voetballer miste hij de bus waarmee zijn elftal afreisde naar Bolsward. Natuurlijk wilde Joes voetballen en ging de bus op de fiets achterna. Aangekomen in Bolsward was het leider Rollema die Joes begroette met de woorden: ‘Ik wist wel dat je zou komen’. Terug naar Sneek stapte Joes in de bus en kwam de fiets op het dak. Een prachtige serie kostuums van o.a. de maatschappijen NTM en FRAM, afgezet met rode letters. Om er zeker van te zijn dat alles volgens de ‘regels’ werd uitgevoerd, hadden de vervoersmaatschappijen controleurs in dienst. De kostuums van deze heren hadden een iets luxere uitvoering, dubbelzijdige rij ‘gouden’ knopen, en waren tevens in het bezit van een regenjas. Niet overbodig als zij in de regen op de bus stonden te wachten.

Verder lopend door het museum, staat men ineens oog in oog met een conductrice. Nadat je als passagier plaats had genomen in de bus, kwam de conductrice langs en kon je van haar een buskaartje kopen.

.         

Prachtig zijn de verzamelingen van verschillende kostuums, petten en stropdassen. Van heel veel busmaatschappijen laat het museum zien hoe alle kleding in de loop der jaren moderner werd.

Als afsluiting van de rondleiding werd door een enkeling het winkeltje bezocht. Boeken met daarin verhalen over de geschiedenis van het openbaar vervoer en transsportbedrijven en verder veel souvenirs. Als verzamelaar van mini VW-kevers had Klaas de Jong optimale belangstelling voor de royale uitstalling van mini-auto’s. Het zou heel mooi zijn als er een VW-kevertje tussen zou staan. Helaas was dat niet het geval. Om zijn verzameling toch uit te willen breiden, heeft Klaas een paar ‘gelijkende’ autootjes laten inpakken.

Door het bezoek aan het Nationaal Openbaar Vervoermuseum werden we, gelet op de leeftijd van de meeste leden, ‘vervoerd’ naar vroegere tijden. We waren in die tijd bekend met de kleuren van de autobussen, een normaal verschijnsel in vele steden en dorpen in Friesland. De autobus die ervoor zorgde dat men in de gelegenheid werd gesteld om familie te bezoeken. De autobus zorgde voor ontsluiting van de eigen leefomgeving. Heden ten dage wordt het openbaarvervoer flink uitgeknepen en vervallen vele buslijnen. Een nadeel voor veel ouderen wonend op het platteland. Het probleem dat ook nog wordt vergroot door het verdwijnen van winkels, waardoor de kans bestaat dat de dorpen ‘spookstadjes’ worden.

Als we alle afdelingen van het museum hebben bekeken, wordt het tijd om terug te keren naar Sneek. Vandaag heel veel geleerd en gezien betreffende de geschiedenis van het openbaar vervoer, begin/midden vorige eeuw. Het personeel van het museum heeft ons als leden van de ‘Vriendenclub ONS SNEEK’ een fantastische middag bezorgd. Het museum dat grotendeels afhankelijk is van subsidies, donaties en giften van bezoekers. Mede hierdoor is het mogelijk om twee personen in loondienst te hebben en voor een eventueel derde persoon is er ook wel wat te doen. Toch zal het museum steeds goed moeten letten op de uitgaven, speciaal de prijs voor diesel, want die is duur. De meeste bussen van het museum rijden 1 op 3½, 4 of 5.

Als men reist met het openbaar vervoer is het een voorwaarde dat men op tijd aanwezig is bij de bushalte. Voor ons is dat vandaag ook het geval. De motor van de ‘4710’ is al aan het warmdraaien. Als we afscheid hebben genomen van voorzitter/rondleider Pier Snieder en gastvrouw Janny Oudhuis, nemen we plaats in de bus. Ook op de terugreis naar Sneek is de heer Reitsma, in prachtig oud-NTM kostuum met rode letters, onze chauffeur. Als chauffeur van o.a. bussen, is het een verplichting dat eens per vijf jaar een bijscholing te volgen om in aanmerking te komen voor een verlenging van het autobusrijbewijs. Daar ook de heer Reitsma dit met goed gevolg heeft gedaan, voelen wij ons als passagiers volkomen veilig. Als ervaren buschauffeur worden de rotondes perfect genomen, wat voor de chauffeur heel veel krachtinspanning kost, daar de bus niet is voorzien van stuurbekrachtiging. Rustig ‘hobbelend’ verlaten we voldaan ‘Station Ouwsterhaule’. Met gepaste snelheid, gelet op de leeftijd van de autobus, rijden we naar Sneek. Als we op het parkeerterrein aankomen, chauffeur Wobbe Reitsma hebben bedankt voor het veilig thuisbrengen en uitgestapt zijn, zijn allen van mening dat we een heel mooie, maar vooral een heel gezellige middag hebben gehad. We hebben vooral genoten van de busrit, van het museumbezoek en de heel hartelijke ontvangst van de medewerkers van het museum.

En menig lid zich nog steeds afvragend: ‘Ja……, wanneer was de laatste keer?’

Douwe Tiesma